Aandacht voor de taalontwikkeling in het belang van het kind

“Het is belangrijk om al op jonge leeftijd in de gaten te hebben of de spraak en taal van een kind zich voldoende ontwikkelen,” weet logopedist Ivonne Erens. In opdracht van de gemeente Heerlen screent Ivonne driejarige peuters in de gemeente. Ze bezoekt onder andere vijftien peuterspeelzalen van Peuterspeelzaalwerk Heerlen, haar collega Jo Hollands van BCO/O2- onderwijsadvies bezoekt de overige zalen.

Deze ochtend is ze aanwezig in peuterspeelzaal Pinokkio. Ze zit op een klein stoeltje tussen de peuters en speelt mee in de zogenaamde kledingwinkel. Een peuter haalt zilverkleurige kartonnen munten uit een kassa en doet ze er weer in. Ivonne praat, vertelt wat ze doet, herhaalt dit en stelt vragen. Sommige peuters geven antwoord, anderen zijn nog wat verlegen of zijn te geconcentreerd bezig dingen te ontdekken. “Op deze manier, al meespelend, vragend en pratend, observeer ik en krijg ik een beeld van het kind. Hoe speelt het met andere kinderen, maakt het kind oogcontact, neemt het initiatief, spéélt het echt, of loopt het wat rond. Ook zie en hoor ik tijdens het spel hoe de spraak/taal zich ontwikkelt. De jonge peuter met de kassa is duidelijk nog in de manipuleerfase, dingen ontdekken, iets in de kassa doen en er weer uit halen. Dat hoort bij die leeftijd. Een oudere peuter begrijpt wat ik bedoel als ik zeg dat ik iets wil kopen. Het kind zal meespelen en antwoord geven.”

Alle driejarigen worden op deze manier gescreend, legt Ivonne uit. “Ik overleg met de leidsters. Zij geven aan welk kind drie is. De ouders van deze peuter vullen een vragenlijst in, zij kennen hun kind als geen ander. Een kind kan namelijk verkouden zijn of nog een speentje gebruiken of duimen. Allemaal zaken die het praten kunnen beïnvloeden. Ook de leidsters geven aan waar zij een spraakprobleem vermoeden. Als al die gegevens zijn verzameld, plannen we een groepsobservatie. Ik ben dan in de groep, zoals vandaag in peuterspeelzaal Pinokkio. Het kringgesprek, knutselen, spelen, buiten spelen, allemaal momenten waarop ik al spelend taal kan uitlokken. Ik observeer en heb vaak al snel in de gaten waar de schoen wringt.”
In een evaluatiegesprek bespreekt Ivonne haar bevindingen met de leidsters en de ouders. Een kind is bijvoorbeeld onverstaanbaar, wil iets duidelijk maken, dat lukt niet en raakt daardoor gefrustreerd. “In overleg met leidsters nodig ik ouders en kind uit voor een uitgebreide screening. Voor die screening heb ik een tas vol speelmateriaal bij me, genoeg om kinderen te laten spelen. Soms praten kinderen in het bijzijn van hun ouders wel goed. Maar meestal hebben we het probleem goed ingeschat. Bij onvoldoende taalontwikkeling geef ik adviezen aan de ouders, bijvoorbeeld om te gaan voorlezen. Ook zijn er verschillende informatiefolders. Een tip die ik altijd geef: doe dingen samen met je kind, bijvoorbeeld de tafel dekken of boodschappen en benoem terwijl je bezig bent alles wat je doet en ziet. Ouders zijn zich er heel goed van bewust hoe belangrijk dat is, maar hebben soms net even dat zetje nodig om het ook daadwerkelijk te doen.”

Als blijkt dat er toch meer professionele begeleiding nodig is, verwijst Ivonne door naar bijvoorbeeld een logopedist. “Bij de meeste kinderen verloopt de ontwikkeling goed, de één loopt eerder, de ander is sneller met praten,” weet Ivonne, “maar als de spraak- en taalontwikkeling wat achterblijft, is het goed om er al vroeg mee aan de slag te gaan. Doe je dat niet, blíjft de achterstand of wordt zelfs groter. Ga je er wél meteen mee aan de slag, heeft het kind er zijn hele leven profijt van. En alles wat we doen, doen we in het belang van het kind!”

Reageren is niet mogelijk