Als iemand voorlezen niet leuk vindt

Leidsters zijn voortdurend bezig met de taalontwikkeling van de peuters. Voorlezen is daar een onderdeel van. Dat leesplezier begint natuurlijk thuis. Maar wat als ouders voorlezen en lezen niet leuk vinden? Of het lukt niet goed, of ze denken dat ze geen fantasie hebt?  “Dan is er wat extra motivatie nodig,” weet Ivette Sprooten.

Ivette is adviseur bij Cubiss. Cubiss ondersteunt organisaties die zich bezighouden met vragen rondom lezen, leren en informeren. Denk onder andere aan het onderwijs en bibliotheken.
Het plezier in lezen en voorlezen verhogen is daar een onderdeel van. Ivette: “Voorlezen, praten over boeken, zelf lezen, thuis boeken hebben of met je kind naar de bibliotheek gaan. Het hoort allemaal bij de zogenaamde leesopvoeding. Maar stel ouders lezen hun kind nooit voor, omdat ze het niet leuk vinden. Of ze bezoeken de bibliotheek niet, omdat ze niet goed weten wat ze daar moeten? We weten dat kinderen daardoor een taalachterstand oplopen. In cijfers ziet dat er zo uit: een 4-jarige waaraan van jongs af aan is voorgelezen, kent 3500 woorden. Diezelfde 4-jarige waaraan niet is voorgelezen, kent er 1500. Groot verschil hè? Dat willen ouders niet. En dat willen jullie als professionals ook niet. Nog enkele cijfers: 50 procent van de laaggeletterden is ouder van een kind jonger dan 18 jaar, 25 procent van de kinderen begint op de basisschool met een taalachterstand, 25 procent van de kinderen verlaat de basisschool met een leesachterstand van 2,5 jaar en 18 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs is laaggeletterd. We willen dat álle kinderen mee kunnen komen op school, zonder achterstand, dat het later de vervolgopleiding kan kiezen die het wil en dat het mee kan komen en doen in de maatschappij. Die ontwikkeling in de toekomst hangt af van de leesopvoeding op jonge leeftijd.”

Lees daarom veel voor in de peuteropvang. Houd gesprekjes met de kinderen. Meld je aan als voorleescoördinator. Ivette: “Of organiseer voorleesmomenten samen met de ouders. Stimuleer de ouders om voor te lezen. Merk je dat ze er moeite mee hebben, probeer erover te praten, en reik ze mogelijkheden aan zoals eenvoudige prentenboeken waarbij je zelf verhaaltjes kunt verzinnen, of knisper- en badboekjes. Adviseer ze om liedjes met hun kind te zingen en veel met het kind te praten. Hoe jong het kind ook is. Wijs ouders op de mogelijkheden van de bibliotheek. Gun kinderen die aandacht, voor taal, voor elkaar. Want dat maakt dat het kind vooruitkomt.  Dat het zich zonder moeite kan ontwikkelen en kan werken aan een goede toekomst.”

Reageren is niet mogelijk