Iedere dag fluitend naar het werk!

jolandaenjose
Ze leerden elkaar kennen als leidsters in peuterspeelzaal ’t Heitje en deelden er zo’n vijftien jaar lief en leed. Ruwe bolster, blanke pit, recht voor de raap, eerlijk en een groot hart; een omschrijving die voor zowel Jolanda Vizzarri als voor José Ederveen geldt. Beiden werken inmiddels in een andere zaal, maar voor dit interview zochten ze elkaar graag weer even op.

“Zij is een watje”, wijst José naar Jolanda. De toon voor het gesprek is gezet. Maar Jolanda knikt: “Dan gaf José een kindje straf en kon ik daar niet tegen. Hadden wij woorden. Maakten we ruzie, schelden, alles, maar de volgende dag was het weer over. Er bleef nooit een onenigheid onuitgesproken, geen enkele frustratie ging een eigen leven leiden, alles werd meteen uitgepraat.” “Andere collega’s hebben wel eens moeite met mijn directheid”, weet José, “maar na een tijdje zeggen ze dat ze het toch wel prettig vinden, want ze weten altijd wat ze aan me hebben.”

Collega’s
In 2001 startte José als leidster bij peuterspeelzaalwerk Hoensbroek. “Op een gegeven moment moesten we de methode Piramide introduceren. Dat had nogal wat voeten in de aarde. Richtten we de bouw- en poppenhoek en zo in en de volgende dag hadden de vrijwilligers alles weer opgeruimd.”
Toen haar oudste 1994 naar de peuterspeelzaal ging, startte Jolanda als vrijwilligster bij ‘t Heitje, later werd ze er professionele kracht. ’t Heitje is ook de zaal waar Jolanda en José collega’s werden. “Iedereen dacht dat wij elkaar ook buiten ons werk heel veel zagen. Maar dat was niet zo”, vertelt José, en dan lachend: “In de vakantie konden we juist even bijkomen van elkaar.”

Rollators
“Dat waren nog eens tijden”, lachen de leidsters. “In het gebouw van het Heitje werd ook gekiend. En dat waren fanatieke dames, zeg. Maar ook een beetje vervelend. Iedere keer blokkeerden ze met hun rollators de deur van de peuterspeelzaal. Op een dag hadden we er schoon genoeg van en hebben we al die rollators verwisseld.”
Met het ophalen van herinneringen komt ook Sinterklaas ter sprake. “Ik heb Sinterklaas eens laten vallen”, vertelt Jolanda, “hij vroeg of ik hem overeind kon helpen, dus ik gaf hem een hand, zette me met één voet schrap tegen de bank en trok hem op. De bank schoot naar achteren, maar sinterklaas ging weer zitten. Daar lag hij op de grond met beide benen in de lucht.” “De tranen liepen over mijn wangen”, vult José aan.

Regels
In al die jaren en ook nu nog staan bij beide leidsters de peuters op nummer één. “Voor die kinderen doe je het”, weet Jolanda, “zij zijn de reden dat ik iedere dag fluitend naar mijn werk ga. En dat ik ’s avonds onder het snot en soms poep zit, neem ik op de koop toe”, lacht ze. “Je wordt door de peuters ook beloond voor je werk”, vindt José , “kinderen leren praten, worden zindelijk, leren allerlei soorten fruit eten. Allemaal beloningen voor ons werk en onze inbreng, vind ik. Heerlijk toch?!”
Wel vinden de vrouwen dat er steeds meer zaken moeten gebeuren die hen van hun eigenlijke werk afhouden. Administratie vooral. “Jammer, maar het is helaas niet anders”, weten José en Jolanda, “we houden ons bijna altijd aan de richtlijnen, maar af en toe lappen we de regels aan onze laars. Staat er bijvoorbeeld prikken op het programma en is het prachtig herfstweer, dan gaan we dus naar buiten. Prikken kunnen we ook nog als het regent. Moet kunnen”, vinden de leidsters, “het moet wel leuk blijven.”

Pensioen
Het werk moet sowieso leuk blijven om het tot aan hun pensioen te kunnen blijven doen, vinden ze. “Ik vind het vooral belangrijk dat ik het werk lichamelijk aankan”, volgens Jolanda. “Dat ik op de grond tussen de peuters kan zitten en kruipen. Maar ook als ik merk dat ik niet meer fluit op weg naar de peuterspeelzaal, is dat een reden om te stoppen. Maar dat is nog helemaal niet aan de orde.”
Ook José is nog niet klaar en niet uitgekeken op haar werk als peuterleidster. “Voor mij zouden bepaalde regels een spelbreker kunnen zijn. Als ik kinderen niet meer mag knuffelen of op de wang mag kussen, houdt het op. Ik moet wel spontaan kunnen blijven en me niet bij alles moeten afvragen of het wel mag. Maar missen kan ik dit werk nog lang niet. Iedere dag is anders, peuters reageren altijd weer anders. En daar geniet ik iedere dag weer van.”

Reageren is niet mogelijk