Notitie Vaccineren

1.  Algemeen

In 1957 is door de overheid een Rijksvaccinatieprogramma (RVP) ingesteld waar aan geen kosten en wettelijke verplichting werden verbonden. De uitvoering van het vaccineren wordt anno 2019 uitgevoerd door de consultatiebureaus en JGZ.

Het afgelopen jaar heeft het vaccineren van kinderen in de belangstelling gestaan door de uitbraak van mazelen. Nog maar 90,2 % van de tweejarige kinderen was in 2017 gevaccineerd tegen alle ziekten die de overheid in Nederland heeft uitgebannen zoals mazelen, polio, tetanus en kinkhoest.

Inmiddels is er een einde gekomen aan de daling in het aandeel kinderen dat de vaccinaties uit het RVP krijgt. De landelijke vaccinatiegraad is hiermee nog niet terug op het oude niveau, maar is voor de meeste vaccinaties ongeveer gelijk gebleven aan het jaar ervoor. De vaccinatiegraad in de regio Zuid Limburg is 90 tot 95 %.

Hiermee is wel de discussie ontstaan of kinderdagverblijven wel of niet ongevaccineerde kinderen wil en kan weigeren. Landelijk wordt hier wisselend mee omgegaan. In verschillende publicaties werd geconcludeerd dat weigering van kinderen die niet aan het Rijksvaccinatieprogramma deelnemen te zwaar of zelfs ongeschikt is om zorgen van andere ouders weg te nemen. Zelfs als 100 % van de mensen gevaccineerd zou zijn kan er nog een uitbraak voorkomen van ziektes uit het Rijksvaccinatieprogramma. Er kan sprake zijn van vaccin falen zowel bij kinderen als volwassenen. Tevens kunnen mensen besmet raken door internationale contacten. Een weigering van niet- gevaccineerde kinderen kan tevens leiden tot ongerechtvaardigd onderscheid op grond van godsdienst dan wel levensovertuiging.

In 2019 zijn in Nederland tot nu toe 40 patiënten met mazelen gemeld. In 2018 waren het er 24. De jaren hiervoor vonden er jaarlijks meestal tussen 10 en 20 meldingen plaats. In 2013/ 2014 was er een grote mazelenepidemie, voornamelijk onder niet gevaccineerde, orthodox-protestantse schoolkinderen. Tijdens deze epidemie werden 2700 patiënten met mazelen gemeld. Hiervan werden ruim 180 patiënten in het ziekenhuis opgenomen en stierf een 17-jarige aan de ziekte. (gegevens RIVM). Een uitbraak van een kinderziekte vindt volgens het RIVM 1 keer in de 10 tot 15 jaar plaats.

 

2.  Bestaande situatie

POVH en POVV maakt geen onderscheid tussen gevaccineerde en ongevaccineerde peuters. Bij inschrijving c.q. plaatsing van een kind worden geen gegevens gevraagd en geregistreerd over vaccinaties die het kind heeft gehad. Ook een vaccinatiebewijs wordt niet opgevraagd bij de ouders. Het is dus volstrekt onduidelijk of er ongevaccineerde peuters POVH of POVV bezoeken. De kans is zeer klein dat een ongevaccineerd kind andere kinderen met een ziekte uit het Rijksvaccinatieprogramma besmet. De meeste ziektes komen zelden meer voor. Bovendien zullen de meeste andere kinderen uit een groep wel gevaccineerd zijn en dus geen risico lopen. Daarnaast biedt POVH en POVV geen opvang aan baby’s, de leeftijdscategorie die net, of nog niet, gestart is met het vaccinatieprogramma.

Informatie over infectieziektes kan worden opgevraagd bij de GGD en het Rijksinstituut van de Volksgezondheid.

 

3.  Wat doen POVH en POVV om de risico’s van besmetting te beperken?

3.1       Peuters en ouders

Als bekend is dat bepaalde kinderziektes heersen, zorgen de leidsters en vrijwilligers ervoor dat er extra aandacht wordt besteed aan de hygiëne. Handen worden extra gewassen en materialen worden indien noodzakelijk ontsmet. De kans op besmetting wordt zoveel als mogelijk beperkt. De leidsters informeren de ouders dat er een kinderziekte heerst en over eventuele maatregelen die ouders moeten nemen. Voor de meeste kinderziektes geldt dat besmette peuters, mits zij geen koorts hebben of ziek zijn, naar de peuteropvang kunnen komen. Als er risico’s verbonden zijn aan de kinderziekte worden ouders hierover geïnformeerd.

POVH en POVV nemen maatregelen volgens de richtlijnen van de GGD als een kinderziekte heerst in een van de locaties. Hygiëne maatregelen worden eventueel verscherpt en er is contact met de GGD over de te nemen maatregelen.

Daar POVH en POVV niet aan ouders en toekomstige ouders vragen of peuters zijn ingeënt kan dit door betrokkenen als een tekort worden gezien. De meerwaarde om dit te vragen is minimaal daar het weren van peuters weinig zin heeft op het moment dat een kinderziekte uitbreekt. Bij veel kinderziektes, waaronder mazelen, begint de incubatieperiode (besmettingsperiode) vaak al voordat de symptomen tot uiting komen. Dat betekent dat, als zichtbaar is welke ziekte het kind heeft, andere kinderen mogelijk al besmet zijn.

3.2          Werknemers

De werkgever moet zich houden aan de Arbeidsomstandighedenwet, waarin staat dat de werkgever verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde werkplek voor werknemers. Een vaccinatiebeleid is hier niet specifiek in opgenomen. Bij het in dienst treden als werknemer of als vrijwilliger bij POVH of POVV wordt op dit moment geen informatie over de ontvangen inentingen of doorgemaakte infectieziekten gevraagd.

Vaccinatie van medewerkers moet worden overwogen met als doel de medewerker zelf te beschermen (de medewerker als risicoloper), maar ook om derden te beschermen tegen eventuele besmetting door de medewerker (de medewerker als risicovormer). De werkgever is immers verantwoordelijk voor zowel veilige arbeidsomstandigheden als voor de bescherming van de kinderen die POVH en POVV bezoeken. Een specifiek afwegingskader kan de werkgever helpen omtrent wel of niet vaccineren consistent en verantwoord te maken. Dit kader is opgesteld door de Gezondheidsraad. Omdat de afweging per doel kan verschillen, heeft de commissie een kader opgesteld.

Dit kader, waarmee een werkgever kan bepalen of vaccinatie van de werknemer (en vrijwilliger) onderdeel is van zijn optimale bescherming, omvat 4 criteria:

  • De beroepsmatige blootstelling aan het infectieuze agens kan leiden tot een niet te verwaarlozen extra risico op ziekte bij de individuele werknemer.
  • De vaccinatie van de werknemer leidt tot een aanmerkelijke vermindering van het extra risico op ziekte.
  • Eventuele nadelige gezondheidseffecten van de vaccinatie (bijwerkingen) doen geen belangrijke afbreuk aan de gezondheidswinst.
  • De gezondheidswinst voor de werknemer weegt op tegen de last die de werknemer door de vaccinatie ondervindt.

Gezien het feit dat het rijksvaccinatieprogramma vanaf 1957 plaatsvindt, is een groot deel van de medewerkers van POVH en POVV gevaccineerd. Medewerkers geboren voor 1957 hebben vaak kinderziektes die in het Rijksvaccinatieprogramma zijn opgenomen doorgemaakt.

Het mazelenvaccin maakt sinds 1976 deel uit van het Rijksvaccinatieprogramma. Het aantal ziektegevallen in Nederland is sinds die tijd sterk gedaald. Volwassenen die geboren zijn in de periode 1965-1975 zijn meer vatbaar voor mazelen, omdat zij geboren zijn vóórdat mazelenvaccinatie via het Rijksvaccinatieprogramma werd aangeboden, én ze in hun jeugd minder aan mazelen zijn blootgesteld dan oudere personen. Zij hebben daardoor ook geen antistoffen kunnen aanmaken. Binnen POVH gaat het om 33 werknemers in deze leeftijdscategorie (38% van het werknemersbestand). Binnen POVV betreft dit 4 werknemers (31%). Onder de vrijwilligers is een vergelijkbare procentuele verdeling zichtbaar.

4.  Samenvattend

  • Medewerkers zijn op de hoogte van het hygiëne beleid.
  • Medewerkers brengen ouders van de betreffende locatie op de hoogte als er kinderziekte heerst.
  • Medewerkers nemen contact op met GGD indien noodzakelijk over te nemen maatregelen bij bepaalde kinderziektes.
  • Het overgrote deel van de medewerkers is gevaccineerd.
  • Het vaccinatiekader geeft handvatten om optimale bescherming van medewerkers te borgen.
  • Een uitbraak van een kinderziekte vindt volgens het RIVM 1 keer in de 10 tot 15 jaar plaats.
  • De vaccinatiegraad in de regio Zuid Limburg is 90 tot 95 %.

5.   Conclusie

Gezien bovenstaande informatie gaan POVH en POVV niet over tot het nemen van andere maatregelen ten aanzien van het vaccineren. Het huidige beleid blijft gehandhaafd waarin zowel geënte als niet ingeënte peuters, werknemers en vrijwilligers welkom zijn binnen de organisatie en er in het verlengde hiervan ook geen onderscheid gemaakt wordt op grond van godsdienst dan wel levensovertuiging. Er vindt geen registratie plaats.

Wel zal POVH  en POVV informatiebrochures met betrekking tot vaccineren, in diverse talen, op alle locaties verspreiden. Aan ouders die vragen hebben omtrent vaccinatie kan een brochure overhandigd worden en ouders kunnen doorverwezen worden naar het consultatiebureau of de GGD. Verder zal POVH  en POVV informatie over haar beleid ten aanzien van vaccineren op de website plaatsen.

POVH en POVV blijft de landelijke discussie over wel of niet vaccineren volgen en zal het beleid zo nodig aanpassen als de nieuwe overheidsmaatregelen bekend wo

Reageren is niet mogelijk