Uitslag quiz pedagogisch plan

Vraag 1:  Onder welke vooraarden mag je afwijken van de werkwijze zoals die beschreven is in het pedagogisch beleidsplan? Als het goed onderbouwd is, besproken is met de coach en de manager en beschreven is in het werkplan.

Vraag 2: Waar staat dit pictogram voor? Het verwijst dat het onderwerp in deel 2 nader uitgewerkt is. Het is een linkje dat verwijst naar de uitwerking.

 Vraag 3: Wat is de missie en visie van Peuteropvang Heerlen, samengevat in een zin? In een uitdagende, veilige en voorschoolse omgeving mogen de peuters naar eigen kunnen, spelenderwijs groeien als basis voor hun toekomst.

 Vraag 4: Welke zijn de educatieve interactievaardigheden? Praten en uitleggen: de leidsters praten met de kinderen en verwoorden de bedoelingen en gevoelens van de kinderen. Zij leggen uit wat er gaat gebeuren, benoemen wat ze zien en zeggen wat ze doen. Weten waar kinderen aan toe zijn en daarop inspelen: onze leidsters begeleiden en volgen de kinderen in hun ontwikkeling. Zij zorgen dat de activiteiten en speel – leeromgeving aansluiten bij wat een kind al kan en waar het aan toe is. Zo zorgen de leidsters dat de kinderen gemotiveerd en geconcentreerd kunnen meedoen met de activiteiten. Dat zij betrokken zijn. Want wij weten dat hoe meer het kind betrokken is, hoe beter het kind zich ontplooit. Kinderen begeleiden in omgang met elkaar: in een veilige sfeer stimuleren de leidsters het samenspel. Zij ondersteunen de kinderen hun mening en gevoelens naar andere kinderen te verwoorden en conflicten op te lossen. Een aantal van jullie heeft ‘aanvoelen en ernaar handelen’, ‘ruimte geven om zichzelf te zijn en het zelf te doen’ en ‘ structuur aanbrengen en grenzen stellen’ ook genoemd. Dat is niet correct, want dat zijn de basis interactievaardigheden. Er werd gevraagd naar de educatieve interactievaardigheden.

 Vraag 5: Wat denk je hoeveel minuten brengen kinderen tussen 2 en 4 jaar op een dag door achter een scherm? 86 minuten, 96 minuten of 106 minuten? 106 minuten. Dat is een gemiddelde, gebaseerd op he tIene Miene flitsonderzoek 2020. Uit het flitsonderzoek van Iene Miene bleek dat het aantal minuten voor deze doelgroep tijdens coronatijd zelfs nog gestegen is.

 Vraag 6: Wat was ook alweer het vierde pedagogische basisdoel? Dat het kind leert wat de omgangsvormen en algemene afspraken zijn. Overdragen van waarden, normen en cultuur. Ik weet hoe het hoort!

 Vraag 7: Hoeveel minder woorden hoort een kind uit een taalarm gezin in de eerste vier levensjaar ten opzichte van een kind dat opgroeit in een taal rijk gezin? 300.000 woorden, 3 miljoen woorden, 30 miljoen woorden? 30 miljoen. Er wordt ook wel gesproken van het ‘het gat van 30 miljoen’. Dat verwijst naar een onderzoek van Betty Hart en Todd Risley. Zij  onderzochten in de jaren 80 hoe vaders en moeders omgaan met baby’s in de periode waarin zij leren praten. Ze maakten opnamen van de gesprekken tussen ouders en kinderen in de leeftijdsperiode van zeven maanden tot drie jaar. Daaruit bleek dat in sommige gezinnen tot driemaal meer werd gepraat dan in andere. Na vier jaar heeft een kind uit een communicatieve familie 30 miljoen woorden meer gehoord dan een kind uit een ‘zwijgzaam’ gezin. Het gaat dus om de woorden die het kind minder hoort en niet om het aantal woorden dat het kind minder kent of spreekt.

 Vraag 8: Wat zijn de VVE doelstellingen voor het lopende schooljaar 2020-2021? Een aantal van jullie heeft bij deze vraag gebruik gemaakt van de nieuwsbrief 167, die gaat over de VVE scholing. De gevraagde informatie staat in nieuwsbrief 163 en het goede antwoord is daarmee: De leidsters werken met expliciete doelstelling passend bij kenmerken van de kindpopulatie:

  • groepsdoelen formuleren (op basis van gegevens uit Nipia),
  • gericht aan deze doelen werken door middel van een passend  activiteitenaanbod
  • evalueren in hoeverre de doelstelling behaald is.

De leidsters voeren de VVE methodiek doelgericht uit en zetten de methodiek

doelgericht in:

  • doelgericht met de themaplanning/ jaarplanning werken en deze doelgericht inzetten,
  • een doelgerichte speel-leeromgeving hebben en deze doelgericht inzetten.
  • de vier projectstappen (Piramide zalen) of de speelleeroutines (Speelplezier zalen) doelgericht uitvoeren.

 Vraag 9: waar gaat hoofdstuk 9 over? We doen het samen – ouderbeleid. Sommige zijn vergeten om de laatste vraag te beantwoorden….

Voor elke goed beantwoorde vraag, was een punt te verdienen.  7 leidsters (13,21%) hebben alle vragen goed beantwoord en 9 punten verdiend!

Reageren is niet mogelijk