Wat werkt bij anderstalige peuters? Gebaren als ondersteuning van de communicatie

Veel peuters komen pas in de peuteropvang in aanraking met de Nederlandse taal. Ivonne Erens en Jo Hollands, beide logopedist bij BCO-onderwijsadvies: “Er zijn wel eens misverstanden als het gaat om anderstalige kinderen in de peuteropvang. Stel, de moedertaal is Italiaans, Arabisch, Pools of Turks. En ineens zit je tussen kinderen en volwassenen die je niet verstaat en begrijpt. Vaak zie je dat peuters dan helemaal niets meer zeggen. De zogenaamde stille fase. Voor leidsters het moment om aan de bel te trekken. Want als een peuter niet praat, wordt dat als verontrustend ervaren. In een gesprek met de ouders komen we er meestal achter dat het kind thuis honderduit vertelt en dat de taalontwikkeling in de moedertaal goed verloopt. Een goed teken, want als die ontwikkeling goed is, komt het met de vreemde taal ook in orde. Daarom is die stille periode geen reden tot paniek, maar wel een moment van alertheid; we onderzoeken uiteraard eerst of er gaan andere oorzaak is van het niet praten, bijvoorbeeld slechthorendheid.

Het kost veel tijd om de Nederlandse taal te leren begrijpen. Maar doordat leidsters de hele dag bezig met taal, opdrachtjes geven, iets uitleggen, gesprekjes voeren, boekjes voorlezen, enzovoorts, horen anderstaligen de Nederlandse taal. Zelfs als kinderen in de stille fase zitten, gebeurt er toch heel veel; ze begrijpen steeds meer en na verloop van tijd gaan deze kinderen steeds meer Nederlandse woorden gebruiken.”

Wat goed blijkt te werken bij NT2- peuters (NT2 is Nederlands als tweede taal) maar ook bij Nederlandstalige taalzwakke kinderen is de inzet van gebaren als ondersteuning van de communicatie. Ivonne en Jo: “Gebaren maken meer duidelijk van wat er wordt bedoeld en dat biedt begrip en veiligheid. In peuteropvang ’t Kuikennest zijn de leidsters Anita en Frida al een poos bezig met ondersteunende gebaren. Dit zijn gebaren die ook in de officiële gebarentaal gebruikt worden. Heel consequent nemen ze iedere ochtend samen met de peuters de dagritmekaarten door; de activiteit wordt benoemd en het bijbehorende gebaar wordt gemaakt. Door de woorden en gebaren consequent te blijven herhalen, leren de kinderen de woorden uit te spreken en te begrijpen. Daarnaast weten de peuters wat er van hen wordt verwacht, ook al beheersen ze de taal nog niet. Daardoor voelen ze zich meer op hun gemak en zal de verdere taalontwikkeling soepeler verlopen. Tijdens een workshop ondersteunende gebaren aan een groep leidsters van Peuteropvang Heerlen en Voerendaal hebben we technieken meegegeven die ze kunnen inzetten in de groep.

Thuis spelen ouders natuurlijk een belangrijke rol. Wij zeggen altijd tegen ouders, laat kinderen zien dat je buiten, op school of in de winkel moeite doet om Nederlands te spreken, maar spreek thuis de taal die je het beste beheerst, de taal waarin je denkt en droomt, de taal van je hart. De moedertaal is de basis. En als die taal zich goed ontwikkelt, komt het met het Nederlands ook goed. Tenslotte nog een waardevolle tip voor ouders: lees prentenboekjes voor in het Nederlands, maar praat erover in de eigen taal. Daarmee maak je de verbinding tussen de thuistaal en het Nederlands. En een waardevolle tip voor ons allemaal: spreek een woordje in de thuistaal tegen het kind. Dat biedt mogelijkheden. Een mooi voorbeeld is dat jongetje dat vraag in zijn moedertaal prompt beantwoordde in het Nederlands.”

Wil je meer weten? Kijk dan op www.kindentaal.nl en/of op www.meertaligheid.be.  En een blog over hardnekkige misverstanden rond taalachterstand op http://www.meertalig.nl/oude-blogs/blog-juni-2018.

Reageren is niet mogelijk